geschiedenis van het onderwijs

 

Ik was de afgelopen dagen mee op introductiekamp in Limburg. Eigenlijk in eerste plaats voor mijn collega’s: ter ondersteuning van hen. En regelmatig moest ik mij terugtrekken met een laptop voor allerlei regelzaken. De tijd dat ik zelf actief met studenten aan de slag ging, was voorbij. Ik genoot van mijn positie aan de zijlijn, die op kamp nog meer gearticuleerd werd door mijn rol als fotograaf. Maar tijdens de lange feestnacht zette ik mijn rollen even aan de kant. De zijlijn bestond niet meer. Ik zag collega’s uitbundig dansen en genieten met elkaar en met studenten. Ik kreeg de slappe lach met een eerstejaars student, ik speelde piano met een student, sprak over eenzaamheid met een andere student en hield de hand vast van iemand die angstig was. Het waren vermoeiende dagen, maar heel waardevol. Voor studenten maar ook voor mezelf.

Op de terugweg naar huis, luisterde ik naar een interview van Lex Bohlmeier met Piet de Rooy (voor De Correspondent). De Rooy schreef een boek over de geschiedenis van het onderwijs in Nederland. Zijn relativerende toon raakte me. Niet alleen door het slaapgebrek. Maar omdat ik me bewust werd van de heersende dynamiek in het onderwijs. Ik voelde hoezeer ik me vaak opgejaagd voel door de idealen en ambities in het onderwijs. En dat ik eindelijk eens verlangde naar een verjaardagsfeestje zonder verwijtende opmerkingen over dat het onderwijs in slechte staat is en dat het onderwijs te weinig vernieuwend is.  De relativerende boodschap van De Rooy is tweeledig: het onderwijs in Nederland is van hoog niveau (naar internationale standaarden gemeten) & de verwachtingen van het onderwijs in Nederland is totaal overspannen. Heerlijk! Met die boodschap begin ik weer vol goede moed aan een nieuw studiejaar.

En het tweede wat mij zo raakte in het interview was zijn pleidooi voor authentieke leerkrachten. Leraren, en dus niet methodes of lesbrieven,  zijn zelf vormend in de wijze waarop ze zich verhouden tot de wereld. En die voorbeeldigheid hoeft niet mooi of aangepast of perfect te zijn. Ook woede of onaangepast gedrag van een leraar is vormend en van betekenis voor leerlingen. Want die ene leraar die van grote betekenis is voor een leerling, die is voor iedereen anders. Voor de een is het die gymleraar, voor de ander die docent geschiedenis.

Het verhaal van Piet de Rooy leert mij ook iets over leiderschap in het onderwijs: zorg dat je team zo heterogeen mogelijk is. Maak ruimte voor die authenticiteit van leraren. Dat staat soms op gespannen voet met principes zoals rechtsgelijkheid, collegialiteit, voorspelbaarheid en idealen. Dat betekent dat je als schoolleider soms ook leerkrachten met rust moet laten: karakters mogen de ruimte krijgen. En dat geldt evenzo voor leerlingen. Dat betekent ook dat je idealen niet moet verstikken in regelgeving. Relativeren! En dat begint al bij de gedachten dat een onderwijsprogramma altijd een compromis is: je hebt maar beperkte tijd en ruimte en tegelijk een veelheid van vakken en inhouden.

Genoeg inspiratie om het jaar mee te beginnen. En een collega voegde daar zo mooi aan toe: meer plezier maken! Die neem ik ook mee…