Puntjes, daar hou ik van. Ik gebruik ze in appjes, mailtjes of brieven. Meestal drie achterelkaar. Midden tussen woorden. Maar ook als uiteinde van een bericht. Ze maken ruimte voor dat wat ik eigenlijk wil zeggen, maar wat niet gezegd kan worden. Thomas hield ook van puntjes. Zijn evangelie staat er vol mee. Denkbeeldig dan. Het Thomasevangelie is een verzameling van 114 logia, dat is het Grieks voor uitspraken. Er is geen verhalende lijn zoals bij de andere evangeliën. De logia zijn kort, mystiek, en vaak poëtisch. Dus minstens zes puntjes na iedere uitspraak. Zodat er een ruimte ontstaat voor een open eind, voor verwarring en verwondering.

Want dat is precies waar Jezus toe oproept in dit evangelie. Er staat: ‘Jezus zei, Laat hij die zoekt niet ophouden met zoeken, totdat hij vindt en wanneer hij vindt zal hij verontrust worden en wanneer hij verontrust is, zal hij zich verwonderen.’ Dat is toch wel een andere inzet dan de Bergrede uit Lucas en Mattheus. Daar horen we: ‘Zoek en je zult vinden, klop en er zal voor je opgedaan worden’. Punt.

De zoektocht waar Jezus in het Thomasevangelie toe oproept, eindigt niet met een punt, niet met een duidelijk ‘ik geloof’ of ‘ik weet het nu’. Het is geen pad voor mensen die vooral verlangen naar rust en zekerheid. Want juist dát verlangen kan het zoeken in de weg staan. Het maakt je tot een volger, en dat gaat ten koste van je eigen innerlijke vrijheid. Jezus zegt hierover: ‘Wanneer zij die u leiden zeggen: Zie, het Koninkrijk is in de hemel, dan zullen de vogels van de hemel u voorgaan. Wanneer zij zeggen: Het is in de zee, Dan zullen de vissen u voorgaan. Maar het Koninkrijk is in u en buiten u.

Met deze woorden lijkt Jezus kritiek te geven op religieuze autoriteiten. Hij zegt eigenlijk: het goddelijke is niet opgesloten in regels, rituelen of macht. Het is niet ergens anders, niet pas later, en niet afhankelijk van tussenpersonen. Het is hier. In jou. In de wereld om je heen. Toegankelijk voor wie durft te zoeken, in plaats van alleen te volgen.

Het is dus niet zo vreemd dat de kerk geprobeerd heeft om het evangelie van Thomas onder het tapijt te vegen. Zeker als je bedenkt dat er in dit evangelie nergens sprake is van een verrijzenis na de dood. Geen eeuwig leven, geen jongste dag met een oordeel over goed en kwaad. Ook geen Jezus als zoon van God, geen verlossingsdood aan het kruis, geen opstanding. Hoe zit het eigenlijk met dit evangelie van deze ‘ongelovige’ Thomas?

De verzameling uitspraken werden in 1945 in Egypte ontdekt door twee boeren. Toch bleef de toegang tot deze teksten jarenlang beperkt. Pas eind jaren ’50 mochten onderzoekers ze inzien en rond 1960 verschenen de eerste studies. Daarin werden de uitspraken van Jezus wel als interessant beschouwd, maar uiteindelijk toch als ketters verworpen. En dat terwijl sommige onderzoekers de oorsprong van deze teksten dateren rond het jaar 50 na Christus, dus ouder dan de andere evangeliën. En als de schrijver, Didymus Judas Thomas, inderdaad dezelfde is als de apostel Thomas, maar daarover is nog geen uitsluitsel, dan krijgen we zo een tamelijk nauwkeurig beeld van wat Jezus werkelijk heeft gezegd.

….. Ik heb hier nu een aantal puntjes gezet, zodat jullie even op adem kunnen komen. Misschien komt dit allemaal als een verrassing. Lag Thomas bij jou ook nog onder het tapijt. Of misschien wist je dit allemaal al. Mij valt altijd op dat jullie best veel weten. Ik word ook weleens gecorrigeerd. Dan heb ik iets gezegd wat niet waar is. Of dan heb ik verwarring gezaaid. Maar dát is dan juist heel goed, zou de Jezus uit Thomas zeggen. Je komt hier niet om antwoorden te vinden maar om aangejaagd te worden nog verder te zoeken. Om je te verontrusten.

Jezus is in het Thomasevangelie niet alleen kritisch op religieuze leiders, maar ook op iets dat dichterbij ligt: ik noem het nu maar even ‘de macht van het ego’. De innerlijke stemmen die zeggen hoe het hoort, wat je moet geloven, wie je moet zijn. Het gaat in dit evangelie om innerlijke bevrijding hiervan. Om het vermogen om niet langer geleid te worden door vaste overtuigingen of een vast beeld van jezelf. Jezus lijkt te zien hoe makkelijk ons denken zichzelf bevestigt. Hoe ideeën zich vastzetten en langzaam tot waarheid worden verheven. Hij nodigt uit om dat los te laten. Om te blijven zoeken, ook in jezelf.

Dat ‘blijven zoeken’, die houding, herken ik in het werk van Etty Hillesum.  Haar innerlijke zoektocht beschrijft ze als een vorm van ‘angeregt’ zijn. Een aangewakkerd zijn: een voortdurende alertheid van binnen, die haar aanzet om vaste waarheden steeds opnieuw te bevragen. Ook al verlangt ze soms naar duidelijkheid en rust, toch blijft ze zich openstellen voor de onrust en het niet-weten die haar zoektocht met zich meebrengen. Ze sluit zich daar niet voor af, maar blijft luisteren, voelen en zoeken. Wat jammer dat ze het Thomasevangelie niet kende. Misschien had het haar gesterkt in het besef dat juist die onrust of haar angst om te verdwalen in het niet-weten, een toegang kan zijn tot verwondering en innerlijke bevrijding.

De filosoof Cornelis Verhoeven sluit hier bij aan wanneer hij stelt dat verwondering een vorm van ‘bevindelijkheid’ is: een ervaring die nog niet is vastgezet in een duidelijk gevoel. Verwondering is geen eindpunt, maar een beweging. Iets dat vraagt om alertheid, moed en overgave. Het is een openheid die voorafgaat aan wat in het Grieks gnosis heet: een vorm van kennis die niet alleen verstandelijk is, maar diep van binnen komt. Zo’n innerlijk weten kan je bevrijden van de illusies van de wereld. Van verwachtingen, druk en vaste beelden. Het maakt je vrij. En dan, zegt Jezus, zal je over het Al regeren. Alsof, en nu komt er zo’n zin waar ik heel veel puntjes achter heb gezet, ‘je adem kunt halen in een groter landschap van zijn…..’

Mooie zin, toch? Je ziet het zo voor je, op een poster van een spiritueel festival: Kom ademhalen in een groter landschap van zijn! En dat klinkt ook heerlijk. Wie wil dat nou niet? Rust, ruimte, een gevoel van thuiskomen. En het liefst wil je daar meteen naartoe, zonder omwegen, zonder ongerustheid of verwarring. Maar juist dat verlangen naar directe rust en vervulling kan ons weghouden van wat spiritualiteit werkelijk te bieden heeft. Dan ontstaat er een soort commerciële spiritualiteit, die instant vrede belooft. Een spiritueel comfortfood dat de scherpe kantjes van het leven afvijlt, maar ook de diepte mist.

Want spiritualiteit mag niet alleen mystiek en bedekkend zijn. Ze moet ook ruimte bieden aan verontrusting, aan ongerichtheid, aan het ongemak van het niet-weten. Juist die elementen zijn essentieel voor een bevrijdende spiritualiteit. Ze vragen om de aanwezigheid van tricksters, figuren die de orde verstoren, vragen stellen, chaos brengen. Jezus had dat vermogen. En ook muziek, kunst, dans en seksualiteit hebben dat: ze onthullen de wereld als een plek van wonderen, van onverwachte mogelijkheden die verkend willen worden. Het is de zintuiglijke, soms onstuimige ervaring van het leven zelf, die verkend wil worden in de gnostiek.

Juist die onstuimige ervaring van het leven, verwarring, verlangen, crisis, schoonheid, kan iets openbreken. Ze maakt ruimte waar het denken geen grip meer heeft. Ruimte waarin je niet alleen anders gaat kijken, maar ook anders gaat zijn. In de gnostiek is dat het begin van gnosis: het besef dat je niet alleen maar bent wat je hebt geleerd of wat anderen van je zien, maar dat je deel uitmaakt van iets levends en groters. Jezus zegt in logion 3: ‘Wanneer u uzelf kent, zult u worden gekend, en u zult weten dat u zonen bent van de levende Vader.’ Dat is geen oproep tot zelfanalyse, maar tot spirituele herkenning. De Levende is hier geen figuur op afstand, maar een aanduiding voor het goddelijke als bron van leven: stromend, dragend en aanwezig. Gekend worden betekent: opgenomen worden in dat levende geheel. Maar zolang je dat niet weet, zolang je leeft vanuit het verhaal dat je over jezelf bent gaan geloven, dan, zegt Jezus, ‘leeft men in armoede, en men ís de armoede’. De verontrustheid en verwondering kunnen je wakker maken. Ze kunnen je herinneren aan wie je werkelijk bent.

Misschien is dát geloven: niet alles zeker weten, maar wel bereid zijn om je te openen. Om te luisteren naar wat zich aandient. Zoals Thomas, die niet de ongelovige is, maar de tastende. Die niet tevreden was met woorden alleen, maar zijn hand wilde leggen in de wond. Die durfde te blijven staan in het ongemak, tot de Levende zelf hem aankeek… en hij adem kon halen in een groter landschap van zijn…