Overweging in Dominicus Amsterdam Aswoensdag

Regelmatig kijk ik, samen met twee miljoen anderen, naar Ik Vertrek, het populaire programma waarin mensen hun geluk in het buitenland beproeven. Altijd voel ik opluchting: mijn eigen klusjes lijken ineens behapbaar vergeleken met een renovatie van een kasteel of stationsgebouw. We houden van televisieprogramma’s waarin mensen hun leven radicaal omgooien: van loodgieter naar kasteelheer, van bankzitter naar marathonloper. De uitdaging kan niet groot genoeg zijn.

We leven in een tijd waarin wilskracht als de grootste kracht van de mens wordt gezien. Je kunt een bibliotheek vullen met dit thema. Zo weten we dat wilskracht een kracht is die je kan trainen, net als spierkracht. En: hoe meer je van die kracht hebt, hoe succesvoller je bent. Een gespierde wil helpt je om doelen te halen en om verleidingen te weerstaan. Het helpt je om een betere versie van jezelf te worden. Met behulp van coaches en zelfhulpboeken kun je je wilskracht versterken. Maar ook de kerk biedt een training aan: de vastentijd.

Op de site van de Evangelische Omroep wordt deze methodiek helder uitgelegd. Er staat: “Vasten is een methode om jezelf geestelijk een beetje onder druk te zetten om zo je spirituele uithoudingsvermogen te vergroten. Bij vasten gaat het dus niet om spierkracht, maar om wilskracht. Door jezelf iets kleins te ontzeggen train je je vermogens om in het algemeen meer door te zetten en nee te zeggen.”

En met deze omschrijving wordt ook het vasten onderdeel van onze eindeloze reis van zelfverbetering en staat het in dienst van onze zelfontplooiing. En niet alleen de EO doet dat. Al langer en in veel bredere kring krijgt de vastentijd de betekenis van een oefening in zelfdisciplinering, van een periode waarin offers gevraagd worden. Het gaat om boetedoening met als doel een beter mens te worden. Of beter nog: met als doel om jezelf te overstijgen.

Deze voortdurende oproep tot zelfverbetering kan ons uitputten. En met die uitputting voor ogen, klinkt psalm 51 bevrijdend. Er staat: “Want offers van mij hoeven niet van jou. Met brandoffers bereik ik niets bij jou: kwetsbaar durven zijn, dát is een offer voor God; kwetsbaar en bescheiden, God, daar hecht je aan.” Met die woorden voel ik me verlost van de innerlijke noodzaak mezelf voortdurend te overtreffen. Die woorden nodigen mij uit om afscheid te nemen van die, letterlijk uitzichtloze, plicht om nog langer mijzelf te overstijgen. Uit deze woorden spreekt Davids verlangen, maar ook mijn verlangen naar een horizon die ons zelf overstijgt. Dat is een verlangen naar de Levende die zegt: ik wil jou. Geen offers, niet je repertoire aan mogelijke betere zelven, maar jou in al je kwetsbaarheid en bescheidenheid.

Frappant is dat de psalm na deze bevrijdende woorden eindigt met een oproep om te offeren: brandoffers en slachtoffers in ruime mate. In commentaren op deze psalm wordt gesuggereerd dat dit waarschijnlijk een latere toevoeging is. Misschien wel begrijpelijk: bescheidenheid en kwetsbaarheid zijn zachte krachten en daar win je de strijd niet mee. Dus dan maar beter de psalm eindigen met een ‘call to action’.

Maar wie kwetsbaar durft te zijn en bescheiden, erkent dat er een kracht is die groter is dan onze wilskracht. Die erkent dat we zelf dingen in beweging kunnen zetten maar dat we voor het grootste deel worden bewogen. Want uiteindelijk doet iedereen zoals hij wordt bewogen. Het leven zelf wordt gedaan. En dat besef ontstaat als we onze blikrichting veranderen. Wanneer we terugblikken op ons leven en een ruimer perspectief innemen.

Dat gebeurde mij de afgelopen weken. Mijn ouders digitaliseerden hun films en deelden ze met mij. Ik zag mezelf als peuter en kleuter en later als tiener. En ik zag eindeloos veel mensen die er nu niet meer zijn. Wanneer je zo terugblikt op je leven besef je indringend hoezeer alles steeds verandert. “Je bent veranderd”, zeggen we dan. Maar eigenlijk is het: je wordt veranderd. Wie terugblikt en uitzoomt, beseft dat het leven zich ontvouwt. Beseft dat er krachten zijn die niet op grond van inspanning van de wil zijn verworven. Levenskrachten. Het leven zelf wordt gedaan. Het zo te zien, dat vraagt dus om een beetje uitzoomen. Je leven te overzien. En dat is precies wat het ritueel van as doet. Uitzoomen: van het leven van alledag naar je oorsprong en je bestemming en zelfs nog radicaler: van as naar as, van stof naar stof, van aarde naar aarde.

Ik nodig jullie uit om vanavond je spierballen te laten rusten. In een wereld waarin wilskracht heilig is, herinnert het ritueel van as ons eraan dat niet alles maakbaar is. As herinnert ons aan vergankelijkheid, aan de krachten die groter zijn dan wijzelf – de kringloop van leven en dood, groei en verval. Laat ons daarom vanavond samen ademhalen, loslaten, en ervaren hoe verandering niet alleen een daad van wil is, maar een stroom waarin we worden meegenomen. Laat ons samen zingen over die voortdurende stroom van leven: Todo Cambia. Alles verandert. Maar in die continue stroom van veranderend leven, zal duren de liefde van God.

Moge het zo zijn.