Vormingsonderwijs is ontmoetingsonderwijs

1425663_605762186127340_1607155275_n

 

Er is een grote keuzevrijheid in levensbeschouwelijk en moreel opzicht, maar wie of wat levert de maatstaven om zaken te waarderen? Hoe laat je studenten zien wat goed onderwijs is? En hoe laten onderwijzers dat aan elkaar zien? Waar kunnen we elkaar op aanspreken? Voor deze vragen leek de afgelopen decennia geen ruimte in het debat over opvoeding en onderwijs. Vorming in het onderwijs was taboe. De grote verhalen hadden afgedaan. En met het einde van de grote verhalen was ook een einde gekomen aan de institutionele inbedding van morele waarden en opvattingen. ‘Moraal’ en ‘vorming’ werden woorden met een negatieve bijklank. Zeker in de wereld van het onderwijs maar ook in de politiek. Maar aan die tijd lijkt een einde gekomen te komen.

Een tijd waarin het niet meer alleen maar gaat over normen maar waarin weer gesproken mag worden over waarden: over ‘het ware, het schone en het goede’. Pedagoog Micha de Winter gaf al in 2011 een eerste aanzet met zijn boek ‘Verbeter de wereld, begin bij de opvoeding: van achter de voordeur naar democratie en verbinding’. Hij pleit voor een opvoeding waarin niet meer alleen aandacht is voor individueel gedrag van het kind maar voor het grotere geheel waarin het kind opgroeit. Zijn boek onderstreept het belang van opvoedingsidealen. De individuele opvoedingsidealen, als mijn kind maar gelukkig is,  moeten meer in het teken komen te staan van burgerschap: Er is voor jou iets te doen in de wereld!

In datzelfde jaar kwam de Nederlandse Onderwijsraad met het rapport ‘Onderwijs vormt’ waarin ze pleit voor de terugkeer van vorming in het onderwijs. Zij stelde: “Het is belangrijk dat jongeren zaken meekrijgen waarmee zij in dialoog kunnen gaan, zodat zij zelf kunnen ontdekken wat zij richtinggevend en waardevol vinden.”

En begin november verscheen er weer een rapport van de onderwijsraad: ‘Een smalle kijk op onderwijskwaliteit.’ De strekking van het rapport: onderwijs is meer dan meten en toetsen. Ten eerste is er te weinig visie op wat leerlingen en studenten moeten leren. In de afgelopen periode was de aandacht eenzijdig gericht op taal- en rekenprestaties, op rendementen en doorstroomcijfers. De overheid had veel minder aandacht voor het bredere vakkenaanbod, voor algemene vorming en, in het mbo, voor de beroepspraktijkvorming. En verder stelt ze dat scholen vanuit een eigen visie een voor hun leerlingen passend onderwijsaanbod moet kunnen realiseren en de kwaliteit ervan bewaken. Daarbij gaat het niet alleen om de vakken, maar ook om de manier waarop zij leerlingen hun persoonlijkheid of beroepsidentiteit helpen te vormen. Instellingen zijn zelf aan zet bij het vormgeven van hun identiteit want ook dat is een indicator voor onderwijskwaliteit!

Met dat rapport op de deurmat begon ik twee weken geleden met het jaarlijks terugkerende project op mijn pabo over identiteit. Wij organiseren dan kloosterdagen en geven allerlei colleges over identiteit.  Afgelopen woensdag had ik rond de tafelgesprekken georganiseerd met directeuren over de identiteit van hun school. Ik had acht directeuren uitgenodigd van verschillende schoolbesturen: r.k., p.c. en openbaar. Tijdens de voorbereiding van die gesprekken viel me al op dat de directeuren allemaal van harte op mijn uitnodiging ingingen. Ze hadden er zin in! De studenten aanvankelijk een stuk minder. Ter voorbereiding moesten ze de websites van de betreffende schoolbesturen bekijken om zo een beeld te krijgen van de identiteit van de scholen. Dat hebben ze braaf gedaan maar daar was dan ook alles mee gezegd. Hoe anders ging het er aan toe bij de ontmoeting met de directeuren.
De studenten raakten geïnspireerd door de enthousiaste verhalen over de verschillende visies op onderwijs. Er werden prachtige gesprekken gevoerd over wat van waarde is in het onderwijs: waardevolle gesprekken! Daar kunnen geen 100 colleges tegenop.

Vorming ontstaat door ontmoeting. Daarom een oproep aan alle leerkrachten: spreek je uit over wat je van waarde vindt en durf daarin voorbeeldig te zijn. Dat is zo waardevol voor je leerlingen.