Menu

Archief

mei 2017
m d w d v z z
« dec    
1234567
891011121314
15161718192021
22232425262728
293031  

© 2012 Firstyme - All rights reserved.

Firstyme WordPress Theme.
Designed by Charlie Asemota.

De zin van Top 2000

top2000

Tijdens de laatste dagen van het jaar luister ik altijd met plezier naar de Top 2000. En ieder jaar verbaas ik me over de enorme populariteit van dit programma. Ik vraag me dan af of het te maken heeft met de tijd van het jaar en of het bijvoorbeeld in de zomervakantie net zo populair zou kunnen zijn. Waarschijnlijk niet. Aan het eind van het jaar maken we nu eenmaal graag de balans op. Het liefst met overzichten en lijstjes. Maar met de Top 2000 is nog is nog iets anders aan de hand: het roept een ervaring van resonantie op. De Duitse socioloog Hartmut Rosa heeft deze ervaringscategorie geïntroduceerd om onze behoefte aan betekenis en bezieling te typeren.  In een artikel in Trouw omschrijft hij het begrip resonantie als volgt: “Resonantie betekent juist dat je wél geraakt wordt door de wereld. Ze komt alleen tot stand als je de wereld geen zin hoeft te geven, maar als je de ervaring opdoet dat de wereld zelf zinvol is. Alleen dan kan de wereld tot je spreken, en iets tot trilling brengen in jou; als we zelf die zin geven, blijft de wereld stom.” De liedjes die mensen insturen voor de top 2000 zijn zonder uitzondering liedjes die resoneren in het leven van die mensen. Liedjes die de tand des tijds hebben doorstaan en daarmee symbool staan voor eeuwigheid. Rosa zou ongetwijfeld verklaren dat de Top 2000 een uitweg biedt tegen de versnelling en vluchtigheid, tegen de logica van het almaar meer. Dat ‘almaar meer’ is in dit geval de enorme hoeveelheid muziek waar we toegang toe hebben via bijvoorbeeld Spotify en de talloze radiozenders. Je hebt een geweldige keuze, maar je hebt er geen echte verhouding meer mee. Juist door z’n begrenzing (een niet door jou vastgestelde lijst, op een vastgestelde tijd in het jaar) kun je de Top 2000 ervaren als iets wat je toevalt, wat jou in trilling brengt en waar je een verhouding toe kan hebben.

De ervaring van resonantie herken ik ook bij oude mensen die nog opgegroeid zijn met de psalmen. Zij leerden op school de psalmen uit het hoofd. Memoriseerden teksten die vaak nog geen enkele betekenis of begrip opriepen. Maar in het leven gingen die teksten resoneren en kregen betekenis in de context van ervaringen. Hoe een enkele zin uit een psalm troost kan bieden op het sterfbed, bijvoorbeeld. Maar in deze tijd leren we geen teksten meer uit het het hoofd. Het liberale gedachtengoed heeft postgevat in opvoeding en onderwijs: kinderen mogen zelf bepalen waar ze waarde aan hechten en opvoeders zijn huiverig om kinderen te vormen. Met de regelmaat van de klok vertellen studenten mij, ten aanzien van religie en levensbeschouwing,  dat ze van huis uit ‘niets meegekregen hebben omdat hun ouders vonden dat ze zelf een keuze moesten maken’. Studenten vertellen het vaak vol trots en dankbaarheid en zien het verdriet in mijn ogen niet. Ik vind het namelijk een groot gemis en deel de oproep van Helmut Rosa: dat we op zoek moeten  naar die ervaringen van resonantie zodat de wereld weer betekenis krijgt. Een mooi voornemen voor 2017!

 

Het spoor bijster?

saint-nicholas-559709__340

Deze zomer vertelde ik mijn zoon over Sinterklaas. Over dat hij echt heeft bestaan, lang geleden, en dat mensen hem zo bijzonder vonden, dat ze hem heilig verklaarden en dat ze ieder jaar net doen alsof hij nog in leven is. Na afloop vroeg ik me af of het wel tot hem doorgedrongen was. De afgelopen weken, op weg naar 5 december, waren niet anders dan vorig jaar. Hij was nog net zo enthousiast en ‘gelovig’. Soms peilde ik zijn emoties en op een keer vroeg ik op de man af of hij nog weleens dacht aan wat ik deze zomer aan hem had verteld. We voerden een gesprek waarin hij vooral de historische zaken rondom de Sint nog eens op een rijtje wilde zetten. Geen emoties. Hier sprak de rede. Later die dag keek hij weer vol overgave naar het Sinterklaasjournaal.  Geloof en rede (mythos en logos) bestaan naast elkaar! Godfried Bomans beschreef dit fenomeen ooit zo treffend:

Geloven en weten zijn twee rails, die evenwijdig lopen en elkaar nooit ontmoeten. Elk kind beweegt zicht in die dagen op beide voort. zijn linkerkant weet dat het onzin is en zijn rechterzijde gelooft het. Ik heb bevend voor sinterklaas gestaan en tegelijk gezien dat het onze buurman was. Alle twee wist ik zeker. En toch waren ze niet met elkaar in tegenspraak. Er kwam geen onderlinge verbinding tot stand. De spoorstaven hadden geen dwarsliggers. Op een keer- en dat is in het leven van elke mens toch eigenlijk een belangrijke gebeurtenis, die al evenmin aandacht krijgt- verdwijnt deze wonderlijke schizofrenie. Het kind ‘weet’ dan alleen. Er breekt echter niet een nieuw inzicht door, want de bewustheid van de leugen is er altijd geweest. De daaraan parallel lopende lijn wordt eenvoudig opgeheven. Het is voor mij altijd een raadsel dat het kind hier geen rancune aan overhoudt.” (Uit: Een mooie tijd)

Bomans beschrijft hoe het magisch-realistische wereldbeeld van een kind verdwijnt en hoe daarmee ook de religieuze ervaring uit het zicht verdwijnt. Sint bestaat niet. In de puberteit volgt dan meestal een tweede geloofscrisis: God bestaat niet. Het geloof legt het af tegen de rede. Niet op de laatste plaats omdat in onze westerse samenleving het rationeel denken de boventoon voert. Totdat mensen ervaren dat de rede zo z’n grenzen kent en niet zaligmakend is. Wanneer dierbaren komen te overlijden, bijvoorbeeld. Dat is niet te begrijpen. Het verstand laat je met lege handen achter. Wellicht verklaart dat de heimwee die een rol lijkt te spelen bij ons Sinterklaasfeest. Volwassenen die vol overgave kinderen laten geloven dat Sinterklaas nog steeds leeft. Volwassenen die, als het om het Sinterklaasfeest gaat, niet tot rede vatbaar zijn. Emoties voeren de boventoon bij dit kinderfeest. Dat blijkt ook uit de hele zwartepietendisussie. Hier lijken mensen niet meer tot rede vatbaar. Menig betoog is rationeel gezien zo lek als een mandje.

Een psychoanalytica beschreef die heimwee eens als volgt: ” Is het geen heimwee naar een religieus of spiritueel ervaren, dat bij de volwassenen zo diep in het innerlijk weggeborgen zit, dat het niet meer direct kan worden ervaren, maar nog wel in de buitenwereld, in casu bij de ‘gelovige’ kindertjes, kan worden herkend? … Zij snoepen als het ware mee van de emoties die het kind voelt en die zijzelf niet meer binnen zichzelf kunnen bereiken” de beleving van het wonder, de openheid voor het Grotere, de overgave aan het Mysterie. Bijna is het alsof zijzelf weer geloven, alsof die gevoelens van opgaan-in en opengaan-voor van henzelf zijn. … Maken volwassenen het sprookje voor hun kinderen niet tot werkelijkheid omdat ze zelf zo teleurgesteld zijn over het feit dat het sprookje niet waar is en omdat zij niet meer kunnen ervaren dat op een wonder lijkt?

Zelf ga ik als ouder eigenlijk altijd wat slordig om met het Sinterklaasmysterie. Ieder jaar krijg ik rond deze tijd veel boze blikken van andere volwassenen. Als ik me weer eens verspreek, bijvoorbeeld omdat ik me vaak hardop en in bijzijn van kinderen afvraag welke acteur of dorpeling toch die sint of piet speelt. Of tijdens pakjesavond wanneer ik rechtstreeks de maker van een gedicht complimenteer of ik uitgebreid ga vertellen over mijn zoektocht naar dat ene cadeau. Het is dat mijn zoon nooit vragen stelde over de Sint en ook geen sinterklaasangst toonde, anders had ik het hem al veel eerder verteld. Moet ik daaruit concluderen dat de heimwee bij mij minder sterk is? Is dat wellicht omdat ik de religieuze ervaring in mijn leven koester en bescherm? Of misschien ligt het aan mijn opvoeding: mijn moeder heeft het geloof in Sinterklaas nooit heel erg aangewakkerd. Ze wilde niet dat wij angstig zouden worden. Ik heb dan ook geen herinnering aan het moment dat ik erachter kwam dat het Sinterklaasfeest een toneelspel was. Mijn eerste geloofscrisis was mild. Ik ben benieuwd hoe mijn zoon hier later over zal oordelen…

 

Herfst

leaves-228111__340

Uit het bewegenloze, stomme, zware,
omhoog gedoken. En daar stromen blaren
zo bijna woordelijk, onverantwoordelijk.
Er loopt een kind met lange ruige haren
waar de herfstzon hees op wordt en dol.
Het water van de vaart stroomt uit de horizon
en woelt en wentelt om zichzelf en draait
zoals een lange man, die zich geen raad
weet van geluk. En o dit koninkrijk
verrijst daar loodrecht naast de dood,
als een groot eiland en beweegt en klinkt
en ik betreed het met mijn voeten, die weer voelen
en met de kou en angst nog op mijn schouderbladen.
Ik roep het met de wortels van mijn stem nog in het ijs.
Zo, aan de rand van het nog niet en niet meer zijn
en van het tomeloze leven,
voel ik voor ’t eerst in zijn volledigheid
en aan den lijve het vol-ledig zijn:
een orde, waarin ruimte voor de chaos is,
en voel de vrijheid van een grote liefde,
die plaats voor wanhoop laat en twijfel en gemis.

Uit: Vergezichten en gezichten,  M. Vasalis

Weg met het hyperoptimisme

anonymous-1332384__340

Wat een prachtige ode aan de kwetsbaarheid van Leon Verdonschot in de Nieuwe Revu! En wat een opsteker voor Hans van der Togt, tot wie hij zich richt in zijn column. In messcherpe taal stelt hij een adequate diagnose van de huidige tijdgeest: ‘Er is de laatste jaren een merkwaardig en zeer dwingend zelfhulpboekentaaltje en bijhorend gedachtengoed ontstaan: een soort extreem platte mix van een vleugje Popper (de morele plicht tot optimisme), wat Nietzsche (alles wat me niet doodt, maakt me sterker), een beetje neurolinguïstisch programmeren (willen is kunnen), et voilà: elk probleem is een uitdaging en iedereen denkt in kansen.’ Zijn column wordt massaal gedeeld op social media. Staan we aan de vooravond van een nieuwe tijdgeest? Een tijd waarin we het onvolmaakte en het kwetsbare omhelzen? Zoals Paus Franciscus in zijn iconische omhelzing met de door huidziekte verminkte man?Wellicht. Ik zie hier vooral ook een pedagogische taak liggen voor ouders en opvoeders: Het leren omgaan met verlies, onmacht, falen, minderen en lijden.

 

Durf te oogsten

oogst

Ik plantte een paar minuscule zaadjes in mijn zelfgemaakte papieren kweekpotjes. Sproeide iedere dag liefdevol de aarde nat. Een oefening in vertrouwen en overgave. Ik zag vol verwondering hoe de pluksla het evenbeeld werd van de sla die ik altijd kocht in de supermarkt. Hoe vaak wierp ik niet achteloos zo’n zak sla in mijn winkelwagen? En nu staarde ik eindeloos naar mijn volgroeide teerlingen in mijn koude bak. De oogst viel mij zwaar. Een lege plek in de bak. Geen bewijs meer van al die geschonken aandacht en zorg. Misschien nog maar een dag of wat wachten. Wellicht levert dat een steviger blad op. Of een slak die de krop op eet.

De moestuin. Een oefenplaats van vertrouwen, verwondering en vertwijfeling. Ik leerde er vandaag mijn eerste wijze les: durf te oogsten. Een groene versie van ‘pluk de dag’ en ‘memento mori’.

Hemelbewoners

angel-1375589__340

Deze week sprak ik met iemand over beschermengelen. Geen alledaags onderwerp, zelfs voor mij niet. Vlak na het gesprek stapte ik in de auto, reed de snelweg op, keek een ogenblik naar rechts en… zag een prachtige regenboog. Zo mooi! Mijn hemel, wat een dag. En vandaag werkte ik een stapel oude kranten door en werd nogmaals getroffen door de hemel. In Trouw stond op zaterdag 12 december namelijk een fantastisch interview met de auteurs van een boek over Dionysius de Aeropagiet, namelijk Desanne van Brederode en Michiel ter Horst. Deze Dionysius, theoloog uit de vijfde eeuw na Christus, schrijft in zijn oeuvre onder andere over de hemelse hiërarchie, over de verschillende soorten hemelbewoners (serafijnen, aartsengelen, cherubijnen, etc.). Ter Horst zegt daar in het artikel over:”Alles draait bij Dionysius om een eenheid. Eenwording. Hoe je eenheid kunt denken in een wereld van veelheid. Dionysius zegt zelf dat je die massa’s engelen dan ook zinnebeeldig moet opvatten. Het zijn symbolen. Het gaat hem erom dat we zichtbare beelden nodig hebben om het onzichtbare duidelijk te maken. Wij hebben een veelheid aan zichtbare symbolen nodig om contact te krijgen met de onzichtbare Ene.” … “Dionysius helpt ons bij de aloude vraag hoe we vanuit een verdeelde, chaotische wereld de eenheid kunnen denken. En hij reikt ons de gedachte aan dat we daarvoor niet kunnen zonder zinnebeelden. In de jaren zestig zagen de mensen voor het eerst beelden van de aarde vanuit de ruimte. Ze zagen die prachtige blauwe parel en beseften: ‘we hebben maar een aarde en daar moeten we zuinig op zijn ‘. Je hebt steeds beelden nodig die een verdeelde wereld op het pad van de eenheid kunnen brengen.”

Het evangelie volgens Claudia!

Prachtig fragment in DWDD waarin Claudia vertelt hoe ze aan haar kind uitlegt waarom Jezus moest sterven aan het kruis. Het evangelie volgens Claudia!Ook een mooi voorbeeld van theologiseren met kinderen. Kijken vanaf 5 minuut 55…

 

Silent disco

music-1855676__340

Trouw publiceerde 21 november een prachtig stuk van de Vlaamse filosoof Maarten Boudry. Boudry beschrijft aan de hand van een prachtige parabel hoe het heden ten dage gesteld is met religie in onze samenleving. “In een parabel uit de joods-chassiische traditie wandelt een man ‘s avonds door het woud, tot hij bij een huis komt waar binnen licht brandt. Door het raam ziet hij hoe mensen op en neer springen en wild met hun armen zwaaien. Wat erg, denkt de man: de arme drommels hebben vast een zenuwziekte of zijn waanzinnig geworden. Maar de man hoort niet dat binnen muziek speelt. De mensen dansen op een bruiloft. Als je de tonen van het geloof niet hoort, zo luidt de moraal van het verhaal, dan denk je dat de dansers niet goed bij hun hoofd zijn. In onze seculiere westerse samenleving, waar God steeds verder op de achtergrond raakt, zijn we vervreemd geraakt van religie en ingedommeld voor de gevaren van blind geloof. … Dat onvermogen om religieuze drijfveren te erkennen, delen deze goddeloze westerlingen, ironisch genoeg, met veel gematigde gelovigen. De laatsten dien religie als intrinsiek vreedzaam en goed, en kunnen daarom het potentieel voor haart en geweld in hun eigen heilige teksten niet onder ogen zien zonder heftige cognitieve dissonantie te ervaren.”

Dit beeld van dansers zonder muziek vind ik zo treffend. Ik was enkele jaren geleden bij een zogenoemde Silent Disco. Lekker dansen met een koptelefoon op je hoofd. Ideaal als je een drankje wilt bestellen of een gesprek wilt aanknopen. Niet meer schreeuwen! Wij horen de klanken van het geloof niet meer, stelt Boudry vast. Maar helaas is onze samenleving niet als een silent disco. Er is namelijk geen stilte. We horen de klanken niet meer omdat die overstemd worden door andere geluiden. Iets soortgelijks ontdekte ik vorige week tijdens de kloosterdagen met mijn studenten. We oefenden in stil worden. Ik hoorde daardoor weer de innerlijke klanken die mij als gelovige laten dansen. Maar een aantal studenten hoorde niets en keek naar een silent disco.

 

confessionele leegte

Onbedoeld kwam gister in het Varaprogramma ‘De Wereld Draait Door’ aan het licht dat Nederland nood heeft aan een vlammend vergezicht. Een visie op het leven en op de wereld. Aad van den Heuvel zat aan tafel met Ronald Plasterk. Of te wel: het volk versus de regering. Waar bleef toch die bezielende toespraak van Mark Rutten waarmee de urgente vluchtelingenproblematiek geadresseerd zou worden? Volgens Van den Heuvel kwamen er alleen ‘doekjes voor het bloeden’ uit Den Haag. Plasterk was van mening dat we een land zijn van daden, niet van woorden. Het kabinet moet laten zien wat ze allemaal doet om de problematiek aan te pakken. Laatste wapenfeit kwam dus van minister Plasterk: de vertaling van de Nederlandse grondwet in het Arabisch.Van den Heuvel bleef beteuterd achter. Voor mij werd eens te meer duidelijk dat er een confessionele leegte in de politieke arena is. De politiek richt zich op het ‘wat’ en het ‘hoe’ en laat het ‘waartoe’ onbesproken.  Het ‘waartoe’ is geen onderdeel van het debat. En dat is, volgens mij, waar Aad van den Heuvel om vraagt in de uitzending van DWDD.