Menu

Archief

november 2017
m d w d v z z
« dec    
 12345
6789101112
13141516171819
20212223242526
27282930  

© 2012 Firstyme - All rights reserved.

Firstyme WordPress Theme.
Designed by Charlie Asemota.

De zin van Top 2000

top2000

Tijdens de laatste dagen van het jaar luister ik altijd met plezier naar de Top 2000. En ieder jaar verbaas ik me over de enorme populariteit van dit programma. Ik vraag me dan af of het te maken heeft met de tijd van het jaar en of het bijvoorbeeld in de zomervakantie net zo populair zou kunnen zijn. Waarschijnlijk niet. Aan het eind van het jaar maken we nu eenmaal graag de balans op. Het liefst met overzichten en lijstjes. Maar met de Top 2000 is nog is nog iets anders aan de hand: het roept een ervaring van resonantie op. De Duitse socioloog Hartmut Rosa heeft deze ervaringscategorie geïntroduceerd om onze behoefte aan betekenis en bezieling te typeren.  In een artikel in Trouw omschrijft hij het begrip resonantie als volgt: “Resonantie betekent juist dat je wél geraakt wordt door de wereld. Ze komt alleen tot stand als je de wereld geen zin hoeft te geven, maar als je de ervaring opdoet dat de wereld zelf zinvol is. Alleen dan kan de wereld tot je spreken, en iets tot trilling brengen in jou; als we zelf die zin geven, blijft de wereld stom.” De liedjes die mensen insturen voor de top 2000 zijn zonder uitzondering liedjes die resoneren in het leven van die mensen. Liedjes die de tand des tijds hebben doorstaan en daarmee symbool staan voor eeuwigheid. Rosa zou ongetwijfeld verklaren dat de Top 2000 een uitweg biedt tegen de versnelling en vluchtigheid, tegen de logica van het almaar meer. Dat ‘almaar meer’ is in dit geval de enorme hoeveelheid muziek waar we toegang toe hebben via bijvoorbeeld Spotify en de talloze radiozenders. Je hebt een geweldige keuze, maar je hebt er geen echte verhouding meer mee. Juist door z’n begrenzing (een niet door jou vastgestelde lijst, op een vastgestelde tijd in het jaar) kun je de Top 2000 ervaren als iets wat je toevalt, wat jou in trilling brengt en waar je een verhouding toe kan hebben.

De ervaring van resonantie herken ik ook bij oude mensen die nog opgegroeid zijn met de psalmen. Zij leerden op school de psalmen uit het hoofd. Memoriseerden teksten die vaak nog geen enkele betekenis of begrip opriepen. Maar in het leven gingen die teksten resoneren en kregen betekenis in de context van ervaringen. Hoe een enkele zin uit een psalm troost kan bieden op het sterfbed, bijvoorbeeld. Maar in deze tijd leren we geen teksten meer uit het het hoofd. Het liberale gedachtengoed heeft postgevat in opvoeding en onderwijs: kinderen mogen zelf bepalen waar ze waarde aan hechten en opvoeders zijn huiverig om kinderen te vormen. Met de regelmaat van de klok vertellen studenten mij, ten aanzien van religie en levensbeschouwing,  dat ze van huis uit ‘niets meegekregen hebben omdat hun ouders vonden dat ze zelf een keuze moesten maken’. Studenten vertellen het vaak vol trots en dankbaarheid en zien het verdriet in mijn ogen niet. Ik vind het namelijk een groot gemis en deel de oproep van Helmut Rosa: dat we op zoek moeten  naar die ervaringen van resonantie zodat de wereld weer betekenis krijgt. Een mooi voornemen voor 2017!

 

Het spoor bijster?

saint-nicholas-559709__340

Deze zomer vertelde ik mijn zoon over Sinterklaas. Over dat hij echt heeft bestaan, lang geleden, en dat mensen hem zo bijzonder vonden, dat ze hem heilig verklaarden en dat ze ieder jaar net doen alsof hij nog in leven is. Na afloop vroeg ik me af of het wel tot hem doorgedrongen was. De afgelopen weken, op weg naar 5 december, waren niet anders dan vorig jaar. Hij was nog net zo enthousiast en ‘gelovig’. Soms peilde ik zijn emoties en op een keer vroeg ik op de man af of hij nog weleens dacht aan wat ik deze zomer aan hem had verteld. We voerden een gesprek waarin hij vooral de historische zaken rondom de Sint nog eens op een rijtje wilde zetten. Geen emoties. Hier sprak de rede. Later die dag keek hij weer vol overgave naar het Sinterklaasjournaal.  Geloof en rede (mythos en logos) bestaan naast elkaar! Godfried Bomans beschreef dit fenomeen ooit zo treffend:

Geloven en weten zijn twee rails, die evenwijdig lopen en elkaar nooit ontmoeten. Elk kind beweegt zicht in die dagen op beide voort. zijn linkerkant weet dat het onzin is en zijn rechterzijde gelooft het. Ik heb bevend voor sinterklaas gestaan en tegelijk gezien dat het onze buurman was. Alle twee wist ik zeker. En toch waren ze niet met elkaar in tegenspraak. Er kwam geen onderlinge verbinding tot stand. De spoorstaven hadden geen dwarsliggers. Op een keer- en dat is in het leven van elke mens toch eigenlijk een belangrijke gebeurtenis, die al evenmin aandacht krijgt- verdwijnt deze wonderlijke schizofrenie. Het kind ‘weet’ dan alleen. Er breekt echter niet een nieuw inzicht door, want de bewustheid van de leugen is er altijd geweest. De daaraan parallel lopende lijn wordt eenvoudig opgeheven. Het is voor mij altijd een raadsel dat het kind hier geen rancune aan overhoudt.” (Uit: Een mooie tijd)

Bomans beschrijft hoe het magisch-realistische wereldbeeld van een kind verdwijnt en hoe daarmee ook de religieuze ervaring uit het zicht verdwijnt. Sint bestaat niet. In de puberteit volgt dan meestal een tweede geloofscrisis: God bestaat niet. Het geloof legt het af tegen de rede. Niet op de laatste plaats omdat in onze westerse samenleving het rationeel denken de boventoon voert. Totdat mensen ervaren dat de rede zo z’n grenzen kent en niet zaligmakend is. Wanneer dierbaren komen te overlijden, bijvoorbeeld. Dat is niet te begrijpen. Het verstand laat je met lege handen achter. Wellicht verklaart dat de heimwee die een rol lijkt te spelen bij ons Sinterklaasfeest. Volwassenen die vol overgave kinderen laten geloven dat Sinterklaas nog steeds leeft. Volwassenen die, als het om het Sinterklaasfeest gaat, niet tot rede vatbaar zijn. Emoties voeren de boventoon bij dit kinderfeest. Dat blijkt ook uit de hele zwartepietendisussie. Hier lijken mensen niet meer tot rede vatbaar. Menig betoog is rationeel gezien zo lek als een mandje.

Een psychoanalytica beschreef die heimwee eens als volgt: ” Is het geen heimwee naar een religieus of spiritueel ervaren, dat bij de volwassenen zo diep in het innerlijk weggeborgen zit, dat het niet meer direct kan worden ervaren, maar nog wel in de buitenwereld, in casu bij de ‘gelovige’ kindertjes, kan worden herkend? … Zij snoepen als het ware mee van de emoties die het kind voelt en die zijzelf niet meer binnen zichzelf kunnen bereiken” de beleving van het wonder, de openheid voor het Grotere, de overgave aan het Mysterie. Bijna is het alsof zijzelf weer geloven, alsof die gevoelens van opgaan-in en opengaan-voor van henzelf zijn. … Maken volwassenen het sprookje voor hun kinderen niet tot werkelijkheid omdat ze zelf zo teleurgesteld zijn over het feit dat het sprookje niet waar is en omdat zij niet meer kunnen ervaren dat op een wonder lijkt?

Zelf ga ik als ouder eigenlijk altijd wat slordig om met het Sinterklaasmysterie. Ieder jaar krijg ik rond deze tijd veel boze blikken van andere volwassenen. Als ik me weer eens verspreek, bijvoorbeeld omdat ik me vaak hardop en in bijzijn van kinderen afvraag welke acteur of dorpeling toch die sint of piet speelt. Of tijdens pakjesavond wanneer ik rechtstreeks de maker van een gedicht complimenteer of ik uitgebreid ga vertellen over mijn zoektocht naar dat ene cadeau. Het is dat mijn zoon nooit vragen stelde over de Sint en ook geen sinterklaasangst toonde, anders had ik het hem al veel eerder verteld. Moet ik daaruit concluderen dat de heimwee bij mij minder sterk is? Is dat wellicht omdat ik de religieuze ervaring in mijn leven koester en bescherm? Of misschien ligt het aan mijn opvoeding: mijn moeder heeft het geloof in Sinterklaas nooit heel erg aangewakkerd. Ze wilde niet dat wij angstig zouden worden. Ik heb dan ook geen herinnering aan het moment dat ik erachter kwam dat het Sinterklaasfeest een toneelspel was. Mijn eerste geloofscrisis was mild. Ik ben benieuwd hoe mijn zoon hier later over zal oordelen…

 

Herfst

leaves-228111__340

Uit het bewegenloze, stomme, zware,
omhoog gedoken. En daar stromen blaren
zo bijna woordelijk, onverantwoordelijk.
Er loopt een kind met lange ruige haren
waar de herfstzon hees op wordt en dol.
Het water van de vaart stroomt uit de horizon
en woelt en wentelt om zichzelf en draait
zoals een lange man, die zich geen raad
weet van geluk. En o dit koninkrijk
verrijst daar loodrecht naast de dood,
als een groot eiland en beweegt en klinkt
en ik betreed het met mijn voeten, die weer voelen
en met de kou en angst nog op mijn schouderbladen.
Ik roep het met de wortels van mijn stem nog in het ijs.
Zo, aan de rand van het nog niet en niet meer zijn
en van het tomeloze leven,
voel ik voor ’t eerst in zijn volledigheid
en aan den lijve het vol-ledig zijn:
een orde, waarin ruimte voor de chaos is,
en voel de vrijheid van een grote liefde,
die plaats voor wanhoop laat en twijfel en gemis.

Uit: Vergezichten en gezichten,  M. Vasalis

Weg met het hyperoptimisme

anonymous-1332384__340

Wat een prachtige ode aan de kwetsbaarheid van Leon Verdonschot in de Nieuwe Revu! En wat een opsteker voor Hans van der Togt, tot wie hij zich richt in zijn column. In messcherpe taal stelt hij een adequate diagnose van de huidige tijdgeest: ‘Er is de laatste jaren een merkwaardig en zeer dwingend zelfhulpboekentaaltje en bijhorend gedachtengoed ontstaan: een soort extreem platte mix van een vleugje Popper (de morele plicht tot optimisme), wat Nietzsche (alles wat me niet doodt, maakt me sterker), een beetje neurolinguïstisch programmeren (willen is kunnen), et voilà: elk probleem is een uitdaging en iedereen denkt in kansen.’ Zijn column wordt massaal gedeeld op social media. Staan we aan de vooravond van een nieuwe tijdgeest? Een tijd waarin we het onvolmaakte en het kwetsbare omhelzen? Zoals Paus Franciscus in zijn iconische omhelzing met de door huidziekte verminkte man?Wellicht. Ik zie hier vooral ook een pedagogische taak liggen voor ouders en opvoeders: Het leren omgaan met verlies, onmacht, falen, minderen en lijden.

 

Durf te oogsten

oogst

Ik plantte een paar minuscule zaadjes in mijn zelfgemaakte papieren kweekpotjes. Sproeide iedere dag liefdevol de aarde nat. Een oefening in vertrouwen en overgave. Ik zag vol verwondering hoe de pluksla het evenbeeld werd van de sla die ik altijd kocht in de supermarkt. Hoe vaak wierp ik niet achteloos zo’n zak sla in mijn winkelwagen? En nu staarde ik eindeloos naar mijn volgroeide teerlingen in mijn koude bak. De oogst viel mij zwaar. Een lege plek in de bak. Geen bewijs meer van al die geschonken aandacht en zorg. Misschien nog maar een dag of wat wachten. Wellicht levert dat een steviger blad op. Of een slak die de krop op eet.

De moestuin. Een oefenplaats van vertrouwen, verwondering en vertwijfeling. Ik leerde er vandaag mijn eerste wijze les: durf te oogsten. Een groene versie van ‘pluk de dag’ en ‘memento mori’.

Hemelbewoners

angel-1375589__340

Deze week sprak ik met iemand over beschermengelen. Geen alledaags onderwerp, zelfs voor mij niet. Vlak na het gesprek stapte ik in de auto, reed de snelweg op, keek een ogenblik naar rechts en… zag een prachtige regenboog. Zo mooi! Mijn hemel, wat een dag. En vandaag werkte ik een stapel oude kranten door en werd nogmaals getroffen door de hemel. In Trouw stond op zaterdag 12 december namelijk een fantastisch interview met de auteurs van een boek over Dionysius de Aeropagiet, namelijk Desanne van Brederode en Michiel ter Horst. Deze Dionysius, theoloog uit de vijfde eeuw na Christus, schrijft in zijn oeuvre onder andere over de hemelse hiërarchie, over de verschillende soorten hemelbewoners (serafijnen, aartsengelen, cherubijnen, etc.). Ter Horst zegt daar in het artikel over:”Alles draait bij Dionysius om een eenheid. Eenwording. Hoe je eenheid kunt denken in een wereld van veelheid. Dionysius zegt zelf dat je die massa’s engelen dan ook zinnebeeldig moet opvatten. Het zijn symbolen. Het gaat hem erom dat we zichtbare beelden nodig hebben om het onzichtbare duidelijk te maken. Wij hebben een veelheid aan zichtbare symbolen nodig om contact te krijgen met de onzichtbare Ene.” … “Dionysius helpt ons bij de aloude vraag hoe we vanuit een verdeelde, chaotische wereld de eenheid kunnen denken. En hij reikt ons de gedachte aan dat we daarvoor niet kunnen zonder zinnebeelden. In de jaren zestig zagen de mensen voor het eerst beelden van de aarde vanuit de ruimte. Ze zagen die prachtige blauwe parel en beseften: ‘we hebben maar een aarde en daar moeten we zuinig op zijn ‘. Je hebt steeds beelden nodig die een verdeelde wereld op het pad van de eenheid kunnen brengen.”

Het evangelie volgens Claudia!

Prachtig fragment in DWDD waarin Claudia vertelt hoe ze aan haar kind uitlegt waarom Jezus moest sterven aan het kruis. Het evangelie volgens Claudia!Ook een mooi voorbeeld van theologiseren met kinderen. Kijken vanaf 5 minuut 55…

 

Silent disco

music-1855676__340

Trouw publiceerde 21 november een prachtig stuk van de Vlaamse filosoof Maarten Boudry. Boudry beschrijft aan de hand van een prachtige parabel hoe het heden ten dage gesteld is met religie in onze samenleving. “In een parabel uit de joods-chassiische traditie wandelt een man ‘s avonds door het woud, tot hij bij een huis komt waar binnen licht brandt. Door het raam ziet hij hoe mensen op en neer springen en wild met hun armen zwaaien. Wat erg, denkt de man: de arme drommels hebben vast een zenuwziekte of zijn waanzinnig geworden. Maar de man hoort niet dat binnen muziek speelt. De mensen dansen op een bruiloft. Als je de tonen van het geloof niet hoort, zo luidt de moraal van het verhaal, dan denk je dat de dansers niet goed bij hun hoofd zijn. In onze seculiere westerse samenleving, waar God steeds verder op de achtergrond raakt, zijn we vervreemd geraakt van religie en ingedommeld voor de gevaren van blind geloof. … Dat onvermogen om religieuze drijfveren te erkennen, delen deze goddeloze westerlingen, ironisch genoeg, met veel gematigde gelovigen. De laatsten dien religie als intrinsiek vreedzaam en goed, en kunnen daarom het potentieel voor haart en geweld in hun eigen heilige teksten niet onder ogen zien zonder heftige cognitieve dissonantie te ervaren.”

Dit beeld van dansers zonder muziek vind ik zo treffend. Ik was enkele jaren geleden bij een zogenoemde Silent Disco. Lekker dansen met een koptelefoon op je hoofd. Ideaal als je een drankje wilt bestellen of een gesprek wilt aanknopen. Niet meer schreeuwen! Wij horen de klanken van het geloof niet meer, stelt Boudry vast. Maar helaas is onze samenleving niet als een silent disco. Er is namelijk geen stilte. We horen de klanken niet meer omdat die overstemd worden door andere geluiden. Iets soortgelijks ontdekte ik vorige week tijdens de kloosterdagen met mijn studenten. We oefenden in stil worden. Ik hoorde daardoor weer de innerlijke klanken die mij als gelovige laten dansen. Maar een aantal studenten hoorde niets en keek naar een silent disco.

 

confessionele leegte

Onbedoeld kwam gister in het Varaprogramma ‘De Wereld Draait Door’ aan het licht dat Nederland nood heeft aan een vlammend vergezicht. Een visie op het leven en op de wereld. Aad van den Heuvel zat aan tafel met Ronald Plasterk. Of te wel: het volk versus de regering. Waar bleef toch die bezielende toespraak van Mark Rutten waarmee de urgente vluchtelingenproblematiek geadresseerd zou worden? Volgens Van den Heuvel kwamen er alleen ‘doekjes voor het bloeden’ uit Den Haag. Plasterk was van mening dat we een land zijn van daden, niet van woorden. Het kabinet moet laten zien wat ze allemaal doet om de problematiek aan te pakken. Laatste wapenfeit kwam dus van minister Plasterk: de vertaling van de Nederlandse grondwet in het Arabisch.Van den Heuvel bleef beteuterd achter. Voor mij werd eens te meer duidelijk dat er een confessionele leegte in de politieke arena is. De politiek richt zich op het ‘wat’ en het ‘hoe’ en laat het ‘waartoe’ onbesproken.  Het ‘waartoe’ is geen onderdeel van het debat. En dat is, volgens mij, waar Aad van den Heuvel om vraagt in de uitzending van DWDD.

 

 

 

blinde Barbie

beauty-1265761__340

Als kind was ik een barbiemeisje. Ik speelde hele dagen op mijn kamer met Ken, Skipper, Barbie en Fleur. Het aan- en uitkleden was niet zo mijn ding. Het ging mij om de verhalen. ’s Avonds voor het slapengaan bedacht ik de verhaallijnen voor de volgende dag en zo fantaseerde ik mijzelf in slaap. Ken was altijd de vader, Barbie de moeder en Skipper de dochter. Toen ik op een dag per ongeluk met pen een kras op het gezicht van Barbie tekende en ik met wasbenzine niet alleen de pen maar ook haar linkeroog wegveegde, stond ik voor het eerst van mijn leven voor een morele keuze. Speelde ik verder met Barbie of ruilde ik haar in voor Fleur? Ik was zeven! Ik koos voor het eerste. Ik maakte een minuscuul ooglapje en kwam de eerste nachten maar moeilijk in slaap. Mijn fantasiewereld stond op z’n kop. Ik moest een heel nieuw leven bedenken voor mijn poppenvrienden. Overdag kneep ik zelf regelmatig een oogje dicht om te voelen hoe het was om blind te zijn. En even heb ik op het punt gestaan om zelf maar een nieuw oog te tekenen. Maar nooit, nooit, heb ik overwogen om die mismaakte barbie weg te gooien.

De eenogige Barbie bleek het begin te zijn van mijn interesse voor het feit dat je in het leven te maken hebt met onvoorziene wendingen. Dat je kwetsbaar bent. Dat er heel veel is wat je ogenschijnlijk in de hand hebt, maar dat er ook heel veel is waar je geen controle over hebt. En het zijn juist die onverwachte momenten, momenten van kwetsbaarheid, die je aanzetten tot denken, tot verwondering. Deze ervaringen van contingentie fascineerde me mateloos als kind en nu nog steeds. Wat doe je op het moment dat je geconfronteerd wordt met ingrijpende gebeurtenissen? Hoe ga je als mens om met ervaringen van contingentie? Als kind voelde ik intuïtief aan dat verhalen, mythos, een belangrijke rol spelen bij het omgaan met ervaringen van contingentie. In mijn verzonnen verhalen voor Barbie en Ken onderzocht en beproefde ik hoe het zou zijn als je overvallen zou worden door blindheid. Zo had ik toch nog controle over iets waar ik geen controle over had. Mooi toch, voor een barbiemeisje!

(bijna) lente!

sheep-384608__340

Bijna Lente

 

Bijna lente, de vogels zoeken naar zingen, de bomen naar begin van groen,

de dagen gaan geluk van zonlicht vermoeden.

 

Soms denk ik: Waarom?

Maar leven is blijkbaar altijd moeten overwinnen van stilstand,

behoeden van al wat dreigt te vergaan.

 

Ook in mijzelf, weifelend sta ik aan het raam,

kijk onwennig naar de knoppen in de pruimenboom en  het gras, vooral het gras.

Het is even deemoedig als vastberaden, even overvloedig als voorzichtig.

Ik wou dat ik zo was.

 

G. Smit

 

Keer om!

nederland kantelt

In de vastentijd word ik opgeroepen om te kantelen. Om te keren en in te keren. Dat gaat niet vanzelf. Daar heb ik de kerk bij nodig. As zijt gij en tot as zult gij wederkeren. Relativerender wordt het niet in de kerk. De viering van aswoensdag creëert het juiste decor voor een omkeerproces van veertig dagen. Tegen de achtergrond van onze sterfelijkheid worden we uitgenodigd om opnieuw keuzes te maken en koers te zetten naar een beter en dus eeuwig leven, het koninkrijk Gods. Om dit veranderproces te bemoedigen krijg ik dagelijks spirituele teksten en gebeden voorgeschoteld via mail en social media. Allemaal prima natuurlijk. Maar er gebeurde de afgelopen dagen nog niet zoveel met mij. Tot gisteravond…

‘Nederland kantelt’, een aflevering van VPRO’s Tegenlicht, bracht mij aan het wankelen. Op de eerste zondag van de advent predikte de VPRO een grootse omkeer met Jan Rotmans, hoogleraar transitiekunde, als begeesterd prediker. Vorig jaar april hield Jan Rotmans in Tegenlicht ook al een vlammend betoog voor de menselijke maat en versterkte hij bij zijn hoorders het verlangen naar een nieuwe duurzame samenleving. Na die aflevering werd Rotmans overstelpt met brieven en mails en leidde deze uitzending tot de oprichting van ‘Het instituut voor Kantelaars, Friskijkers en Dwarsdenkers.’ Een netwerk van koplopers, verbinders en kantelaars in de duurzame innovatie, sociale economie en disruptieve technologie.

Gisteravond keek ik dus een uur lang naar een uitzending over hoop. Een betere wereld, het kan! Durf je er aan te zetten. Geen geitenwollensokkentypes. Maar zakenlui, ondernemers en wetenschappers die allemaal durfden om te keren. Dit is dus een goede boodschap anno 2015, dacht ik. Het evangelie 2.0. Het eeuwig leven krijgt z’n vertaling in een streven naar duurzaamheid. Cradle to Cradle is het nieuwe principe. Van kribbe tot kribbe. De cirkel is rond, wat mij betreft. De duif is neergestreken buiten de kerken. Ik word er blij van!

Sint Tess, Sint Milan en Sint Finn?

girl-826876__340

Een flesje Cola met je eigen naam erop – hoe cool is dat? Alsof Unilever speciaal voor jou een flesje Cola heeft gemaakt! Voor de producent een mooie marketingstrategie, voor de consument een manier om zichzelf als uniek persoon te presenteren. De paradox is natuurlijk dat je met dat blikje zelf een product geworden bent: je naam is een merknaam geworden die ingevuld wordt door Unilever.

Lees mijn bijdrage over Sint Tess op gOdschrift.

Joan Nederlof

index

In het parool van 30 augustus 2014 stond een interview met Joan Nederlof. Het gaat natuurlijk over haar ziekte en hoe ze nu weer terugkomt in het volle leven. Helemaal aan het eind van het interview vraagt Gijs Groenteman aan haar of ze anders is geworden in de liefde. En: hoe het is om met haar een relatie te hebben. Haar antwoord is zo mooi en wat mij betreft ook zo diep religieus.

“Voordat ik ziek werd, was mijn levensfilosofie dat je er uiteindelijk altijd alleen voor staat. Je komt alleen op de wereld en gaat alleen dood, dat idee. Tijdens mijn ziekte heb ik ervaren dat dat toch niet zo is. Dat je niet alleen bent. Het emotioneert me, omdat het echt een diep besef is: tijdens het leven dat je er bent, kun je echt met elkaar zijn, en dat helpt ook. Het kan je dragen. Dat heb ik ervaren, het afgelopen jaar, dat iemand er onvoorwaardelijk voor je kan zijn. En dat je jezelf, als je het echt niet meer aankunt, ook open kunt stellen voor iemand anders. Als je je op die manier nog niet eerder had opengesteld, geeft dat een nieuwe verbondenheid. En dus ben ik inderdaad anders geworden in de liefde. Bijzonder he? Want het is een heel sterke overtuiging die dan ineens verandert.”

 

 

De mystieke verwondering van Einstein

albert-einstein-1933340__340

“Te weten dat iets wat voor ons ondoorgrondelijk is werkelijk bestaat, en zich aan ons manifesteert als de hoogste wijsheid en de schitterendste schoonheid die onze botte vermogens alleen in hun primitiefste vormen kunnen bevatten- die kennis, dat gevoel rust in het middelpunt van alle ware religiositeit. In die zin, en ook alleen in die zin, ben ik een vroom religieus mens.”

Eten maakt schuld

geitenyoghurtmoment_koelkast_gecomprimeerd

Eten maakt schuld. Volgens het nieuwe maakbaarheidsgeloof heb je je gezondheid zelf in de hand. Maar dat niet alleen; ook het schuldgevoel dat bewustzijn over eten met zich meebrengt is uiteindelijk je eigen schuld. Het aloude ‘Mea Culpa’ uit de katholieke traditie krijgt in dit licht opnieuw betekenis.

Lees mijn nieuwe bijdrage op gOdschrift.nl

theologiseren met kinderen

2c3587935e1f0e6c91c964d95d746a16MjIuanBn

Theologiseren met kinderen lijkt misschien te hoog gegrepen of ingewikkeld. Maar eigenlijk is het iets wat vaak al spontaan gebeurt. Bijvoorbeeld vanochtend aan de ontbijttafel. Zomaar, uit het niets, vertelde mijn zoontje van vijf een verhaal over God. God woont onder de bergen en de bergen zijn de puntdaken. Hij woont diep onder de grond. Met zijn handen maakte hij de voorstelling compleet. Ik vroeg hem of hij daar ook wel zou willen wonen. Zelf kreeg ik namelijk meteen benauwd gevoel bij het idee om onder de grond te wonen. Mijn zoontje wilde daar wel wonen omdat ‘we elkaar altijd helpen’. Ik vroeg: ‘wie helpt elkaar?’ Hij:’God, helpt altijd iedereen.’ Ik: ‘Dus jij zou wel bij God willen wonen omdat hij jou altijd helpt?’. Hij:’Ja!’. En vervolgens ging het gesprek weer over Jan Jappie en de veelvraat.

Deze kleine gesprekken over God vind ik altijd zo fascinerend. Vanuit het oogpunt van de ontwikkeling van kinderen maar ook theologisch. Een van de van de namen van YHWH is  ‘El Shaddai’ wat ‘Heer van de Berg’ betekent. Het idee van mijn zoontje is geen vreemde gedachte in het Joods-Christelijke gedachtegoed.

Theologiseren met kinderen is niet alleen een spontaan gebeuren aan de keukentafel maar is ook een didactiek die steeds meer terrein wint in Nederland. In Nederland is Henk Kuindersma een belangrijke voortrekker van deze nieuwe methodiek in het vak Godsdienst/Levensbeschouwing. In zijn boek ‘Verwonderen en ontdekken‘, zet hij deze methodiek helder uiteen.

Met de eerstejaars studenten van de pabo oefenen we nu de eerste fase van het theologiseren met kinderen: werken met een ‘incentive’, een prikkel in de vorm van bijvoorbeeld een verhaal, voorwerpen, kunst, een lied, een film, etc.. En op basis daarvan als leerkracht ontdekken wat er bij de kinderen leeft rondom dat onderwerp. Onze studenten moeten dus goed nadenken over welk incentive ze gaan gebruiken en ze moeten beschikken over gesprekstechnieken.

Deze week waren de eerste bijeenkomsten. We hadden de groepen gehalveerd en met iedere groep gingen we 50 minuten in gesprek over de incentives in het midden van de kring. De incentives hadden tot doel om de studenten te prikkelen iets te vertellen over hun ervaringen met het vak godsdienst/levensbeschouwing. Na afloop vertelden de studenten dat ze hun medestudenten echt beter hebben leren kennen.  En ik was blij met de manier waarop: respectvol. En voor mij was het echt een goede manier om af te stemmen met de groep. Maar ik moest ook wel wennen. Normaal ben ik altijd veel aan het woord in zo’n eerste bijeenkomst. Nu waren zij aan het woord.

 

 

 

Leo Vroman 10 april 1915 – 22 februari 2014

index

Nieuwjaar

 

Aan het hoofd van mijn oud gezond

verstand en lichaam.

Nieuwjaarsgroeten.

Ik lig met aids of zwaar gewond

door een verslaafde, aan uw voeten.

Vertel mij dus weer van rechtvaardigheid.

maar vlug ik heb nog zoveel dagen

nogal een drukke stervenstijd

ben al aan het vervagen

heb al beenderen in mijn maag en

brokken naziel in mijn ingewanden.

Leg dus uw fijne handen om mijn hals

en wurg mij maar weer heen

en vind meteen een plaatsvervanger.

Volgen keer blijf ik misschien wat langer

maar aan dit leven hoef ik geen verslaven,

ik zal onverstoorbaar door mijn droom heen slapen.

Doodsstrijd? Ik heb mijn oud eerwaardig wapen:

onvoorwaardelijke overgave.

Kijk, uw zon komt op, verwarm u maar.

Voor u is ieder jaar hetzelfde jaar.

 

Je kunt niet slim zijn tegen je zin in.

man-117588__340

Mijn zoontje van vijf moest letters herkennen op het bord. Maar letters interesseren hem niet. Hij wil bouwen, met lego spelen, treinbanen aanleggen. Hij maakte fantasiegeluiden in plaats van letterklanken en had daarbij de grootste lol. Gelukkig heeft hij een hele goede juf die zijn desinteresse en zijn gevoel voor humor goed aanvoelde en kon genieten van deze situatie. En die bovendien de moeite nam om mij over dit voorval te vertellen op een leuke manier: “Ik heb zo genoten van je zoon gisteren…”.

Diezelfde avond hoorde ik het verhaal van Joseph Kessels bij de onderwijsavond van het Nivoz. Je kunt niet slim zijn tegen je zin in! Een pakkende titel en een treffende samenvatting van een avond over ‘distributed leadership‘ en de ‘Self-Determination Theory‘. Kessels constateert dat er een spanning is tussen het waardevolle willen nastreven en de context die het eigene en die groei stuk maken. Die context is bijvoorbeeld de lerarenkamer. Dat zou, op intellectueel gebied, een aantrekkelijke ruimte moeten zijn waarin gesproken wordt over kansen en mogelijkheden. Waar successen gedeeld kunnen worden. Maar die context is helaas vaak anders. Bijvoorbeeld als gevolg van te hoge werkdruk of een gebrek aan autonomie door accreditaties en ingrijpende overheden.

Het is moeilijk om als leerkracht aan te geven wat er goed gaat. Zij worden getraind te kijken naar wat er niet goed gaat. De leerkracht is er om tekorten aan te vullen. Leerkrachten werken in een systeem wat er op gericht is het geloof in eigen kunnen te ondermijnen. De woorden van Kessels raken mij. Ik herken het. Ik zou nog veel veel vaker moeten zeggen: hé, wat leuk die gedachten, werk dat eens verder uit. Vaak zijn de positieve woorden een voetnoot bij de foutenanalyse. Mensen ontwikkelen zich niet doordat ze gewezen worden op hun fouten maar door ze te wijzen op wat ze goed kunnen en ze de gelegenheid te geven dat verder uit te bouwen. Dat vraagt om vrijheid! Je kunt niet slim zijn tegen je zin in.

Op de terugweg naar huis denk ik aan artikel 23 in de grondwet over de vrijheid van het onderwijs. En ik bedenk me dat het tijd wordt voor een nieuw artikel. Een artikel over de vrijheid in het onderwijs.

 

Advent

man-156732__340

Voor mij kan de advent tegenwoordig pas beginnen als ik de filmpjes van het project Identiteit heb gezien. Drie weken geleden mochten de pabo 2 studenten in een kort filmpje laten zien wie ze zijn.  En dan zie je dus heel veel babyfoto’s en geboortekaartjes. Heel leuk om te zien. Maar bij niemand staat er op het kaartje: ‘Hoera, er is een leerkracht geboren!’

En toch zeggen we weleens over een leerkracht: ‘hij is ervoor in de wieg gelegd!’.

Toen Nelson Mandela werd geboren kwamen er geen regeringsleiders op kraambezoek. Op zijn geboortekaartje stond niet: ‘Hoera, een groot apartheidstrijder is geboren!’ Maar door zijn leven en de betekenis die hij voor de mensen in Afrika kreeg werd zijn geboortedag ook meteen een belangrijke gebeurtenis.

Over de geboorte van Jezus weten we niet veel. Maar toen Jezus gestorven was en er zoveel mensen onder de indruk waren van zijn daden werd ook zijn geboortedag belangrijk. En zo dertig, veertig jaar na zijn dood, bedachten de mensen een verhaal over zijn geboorte. Geboortekaartjes, daar deden ze toen niet aan. Er kwam een engel en die zei: Een koning is geboren. En er kwamen belangrijke mensen op kraambezoek met mooie geschenken.

Het is maar goed dat we bij de geboorte van een kind nog niet weten wat er van hem of haar terecht komt. Wat fijn dat een kind, in onze samenleving, zich mag ontwikkelen tot een eigen individu! Dat maakt het vak van leerkracht ook zo leuk. Je weet nooit of je een nieuwe Andre Kuipers, Mandela of Lady Gaga in de klas hebt zitten.

En wat zou er gebeuren als we ieder kind leren zien als een volgende Mandela?

Of: als we over ons zelf durven na te denken als de nieuwe Mandela?

Met die vragen ga ik de kerst in….

Vormingsonderwijs is ontmoetingsonderwijs

1425663_605762186127340_1607155275_n

 

Er is een grote keuzevrijheid in levensbeschouwelijk en moreel opzicht, maar wie of wat levert de maatstaven om zaken te waarderen? Hoe laat je studenten zien wat goed onderwijs is? En hoe laten onderwijzers dat aan elkaar zien? Waar kunnen we elkaar op aanspreken? Voor deze vragen leek de afgelopen decennia geen ruimte in het debat over opvoeding en onderwijs. Vorming in het onderwijs was taboe. De grote verhalen hadden afgedaan. En met het einde van de grote verhalen was ook een einde gekomen aan de institutionele inbedding van morele waarden en opvattingen. ‘Moraal’ en ‘vorming’ werden woorden met een negatieve bijklank. Zeker in de wereld van het onderwijs maar ook in de politiek. Maar aan die tijd lijkt een einde gekomen te komen.

Een tijd waarin het niet meer alleen maar gaat over normen maar waarin weer gesproken mag worden over waarden: over ‘het ware, het schone en het goede’. Pedagoog Micha de Winter gaf al in 2011 een eerste aanzet met zijn boek ‘Verbeter de wereld, begin bij de opvoeding: van achter de voordeur naar democratie en verbinding’. Hij pleit voor een opvoeding waarin niet meer alleen aandacht is voor individueel gedrag van het kind maar voor het grotere geheel waarin het kind opgroeit. Zijn boek onderstreept het belang van opvoedingsidealen. De individuele opvoedingsidealen, als mijn kind maar gelukkig is,  moeten meer in het teken komen te staan van burgerschap: Er is voor jou iets te doen in de wereld!

In datzelfde jaar kwam de Nederlandse Onderwijsraad met het rapport ‘Onderwijs vormt’ waarin ze pleit voor de terugkeer van vorming in het onderwijs. Zij stelde: “Het is belangrijk dat jongeren zaken meekrijgen waarmee zij in dialoog kunnen gaan, zodat zij zelf kunnen ontdekken wat zij richtinggevend en waardevol vinden.”

En begin november verscheen er weer een rapport van de onderwijsraad: ‘Een smalle kijk op onderwijskwaliteit.’ De strekking van het rapport: onderwijs is meer dan meten en toetsen. Ten eerste is er te weinig visie op wat leerlingen en studenten moeten leren. In de afgelopen periode was de aandacht eenzijdig gericht op taal- en rekenprestaties, op rendementen en doorstroomcijfers. De overheid had veel minder aandacht voor het bredere vakkenaanbod, voor algemene vorming en, in het mbo, voor de beroepspraktijkvorming. En verder stelt ze dat scholen vanuit een eigen visie een voor hun leerlingen passend onderwijsaanbod moet kunnen realiseren en de kwaliteit ervan bewaken. Daarbij gaat het niet alleen om de vakken, maar ook om de manier waarop zij leerlingen hun persoonlijkheid of beroepsidentiteit helpen te vormen. Instellingen zijn zelf aan zet bij het vormgeven van hun identiteit want ook dat is een indicator voor onderwijskwaliteit!

Met dat rapport op de deurmat begon ik twee weken geleden met het jaarlijks terugkerende project op mijn pabo over identiteit. Wij organiseren dan kloosterdagen en geven allerlei colleges over identiteit.  Afgelopen woensdag had ik rond de tafelgesprekken georganiseerd met directeuren over de identiteit van hun school. Ik had acht directeuren uitgenodigd van verschillende schoolbesturen: r.k., p.c. en openbaar. Tijdens de voorbereiding van die gesprekken viel me al op dat de directeuren allemaal van harte op mijn uitnodiging ingingen. Ze hadden er zin in! De studenten aanvankelijk een stuk minder. Ter voorbereiding moesten ze de websites van de betreffende schoolbesturen bekijken om zo een beeld te krijgen van de identiteit van de scholen. Dat hebben ze braaf gedaan maar daar was dan ook alles mee gezegd. Hoe anders ging het er aan toe bij de ontmoeting met de directeuren.
De studenten raakten geïnspireerd door de enthousiaste verhalen over de verschillende visies op onderwijs. Er werden prachtige gesprekken gevoerd over wat van waarde is in het onderwijs: waardevolle gesprekken! Daar kunnen geen 100 colleges tegenop.

Vorming ontstaat door ontmoeting. Daarom een oproep aan alle leerkrachten: spreek je uit over wat je van waarde vindt en durf daarin voorbeeldig te zijn. Dat is zo waardevol voor je leerlingen.

 

 

niets doen

499px-DublinVermeer

Ik vond een doos met gelukskaarten. Openen dus! De eerste kaart is een voltreffer. ‘Doe een hele dag helemaal niets.’, gebied het kaartje mij. Poeh! Helemaal niets doen. Hoe doe je dat eigenlijk? Als mijn hele dag is ‘op gegaan’ aan kinderen halen en brengen, eten klaarmaken en limonade opdweilen, verzucht ik vaak aan het eind van de dag dat ik ‘helemaal niets heb gedaan’. Maar of ik daar nu gelukkig van word?

Helemaal niets doen! Fysiek is dat natuurlijk onmogelijk. Alleen de doden doen helemaal niets. Vanuit de natuur bezien IS niets doen dodelijk. Een passieve, apathische en lethargische houding zet trouwens ook iedere dokter op scherp. Wat moet ik toch met deze geluksopdracht?

Dat houdt me bezig sinds ik dus op een vreemd toilet deze doos met gelukskaarten aantrof. De vraag die me vooral bezighoudt is: Kun je op afroep niets doen?Als je op de bus wacht, ben je dan aan het wachten of ben je dan niets aan het doen? Als je op de vensterbank zit en naar buiten kijkt, ben je dan niets aan het doen of ben je naar buiten aan het kijken? Kun je op afroep niets doen? Of te wel: Wat ga je doen als je een dagje helemaal niets gaat doen?

Mijn intuïtie zegt dat niets doen net zoiets is als dagdromen. Zodra je je realiseert dat je aan het dagdromen bent, is het voorbij. ‘Niets doen’ heeft vooral te maken met een ‘state of mind’. Zoals in het schilderij van Vermeer. De dienstbode wacht tot de mevrouw haar brief geschreven heeft. Haar blik dwaalt naar buiten en het dagdromen begint. Is dit het ‘niets doen’ waar het geluk in schuilt?

In mijn studententijd poseerde ik voor een kunstenaar. Urenlang niets doen. Heel vermoeiend en al helemaal geen bron van geluk. Ik herinner me hoe ik de tijd zag wegtikken. Als je je bewust bent van de kloktijd, is dat meestal geen goed teken. Echt geluk, en trouwens ook intens verdriet, doorbreekt de kloktijd.  Intense momenten doen iets met je tijdsbeleving. ‘Echte liefde kent geen tijd’/ ‘Time flies when you’re having fun’. Het gelukmakende ‘niets doen’ doorbreekt ook de klokkentijd.

Een dag helemaal niets doen….leuk idee voor een HEMA-bon.

 

leeflijn

images

Ruitjespapier! Dat gebruikt een theoloog niet veel. Jammer! Ik hield van de wereld in getallen, van parabolen en grafieken. Die liefde heb ik door mijn studiekeuze helaas vaarwel moeten zeggen.Maar deze week mochten mijn studenten een lijn tekenen op een velletje ruitjespapier: hun levenslijn met hoogte- en dieptepunten.

En zo, op een donderdagochtend, ontmoetten twee werelden elkaar. ‘logos’ ontmoette ‘mythos‘.  In een korte handeling, op slechts een a4tje, kwam het hele leven op tafel. Zoals een dokter op zaal, zo liep ik rond. Ik keek naar ieders levenslijn zoals een arts kijkt naar de hartmonitor. Een vreemde gewaarwording. Je maakt het leven meetbaar. Sommige studenten voelden aan dat het leven zich niet geheel laat vatten in harde data. Een vroeg zich af hoe ze zichtbaar moest maken dat ze in haar dieptepunt toch ook momenten van waar geluk had gekend. Een andere student weigerde om de lijn door te trekken naar de toekomst omdat ze daarmee haar toekomst al zou vastleggen. Haar dromen over de toekomst zou door deze meetlijn bruut worden verstoord. Dat geeft aan dat grafieken en statistieken in onze tijd een behoorlijke status hebben. Zij stellen ‘de werkelijkheid’ voor. Niet voor niets maken reclames graag gebruik van de impact van tabellen en grafieken. In dat opzicht vond ik het optreden van Klaas Knot van de Nederlandse Bank zo bijzonder. Zonder harde cijfers maar puur op intuïtie gaf hij aan dat de economie zich weer langzaam herstelt.

Dokter Knot deed zijn ronde op de zaal en zag een lichte blos op de wangen van zijn patiënt. Jammer dat dokter Rutte meteen om de hartmonitor vroeg.

Gelukkig….

troonrede

Met grote aandacht zat ik deze dinsdag op de bank te kijken naar de troonrede. Niet omdat het de eerste keer was voor koning Willem- Alexander. Niet omdat ik zo benieuwd was naar de hoedjes en jurken. Maar omdat ik zo benieuwd was naar de woorden.

Al dagen scan ik het taalgebruik om mij heen. Deze troonrede zou de ultieme lakmoesproef worden om te kijken of het klopt. Of het klopt dat we in ons taalgebruik zoveel economische termen gebruiken. Het was Paul Verhaege die mij vorige week op dit spoor heeft gezet.  Hij sprak bij een onderwijsavond van het Nivoz over identiteit en onderwijs. Door identificatie en separatie vormen we onze identiteit. We spiegelen ons en willen gelijk worden als de ander. En tegelijk willen we ons ook onderscheiden en een eigenheid ontwikkelen. Dus als de maatschappij verandert, verandert ook onze identiteit. En daarom kijkt Verhaege met interesse naar het grote narratief wat overal aanwezig is en wat onze spiegel is. Door een veelbesproken onderzoek (Wilkinson & Pickett) naar de psychosociale gezondheid in Europese landen is duidelijk zichtbaar geworden dat het verdwijnen van de middenklasse een negatief effect heeft op de psychosociale gezondheid van de mensen. Hoe groter de inkomensverschillen, hoe ongelukkiger de samenleving. Identiteit is een product van maatschappelijke verhoudingen.

Die verhoudingen worden de laatste jaren sterk beïnvloed door het neoliberale gedachtegoed. En dat zien we terug in ons taalgebruik. Economische begrippen worden gebruikt om verhoudingen tot uitdrukking te brengen. We investeren in onze relatie. Kinderen zijn ons kapitaal. En het onderwijs is opbrengstgericht.

De troonrede is een variatie op deze toonsoort en komt met een nieuw identiteitsbepalend woord: de participatiesamenleving.  Participeren is een marktbegrip: ‘een aandeel hebben in’, betekent het. En dan lezen we verder in de troonrede dat kinderen veilig moeten opgroeien en hun talenten moeten kunnen ontwikkelen, om later naar vermogen te participeren in de samenleving. Drie economische begrippen in een zin.

Is dat erg? Wel als dit het enige narratief is waar een kind zich aan kan spiegelen. Het verhaal van de school is belangrijk. Dat moet een breed verhaal zijn. We moeten kinderen niet alleen willen klaarstomen voor het beroep zodat ze een aandeel kunnen hebben in de samenleving. Dit sluit aan bij de filosoof Martha Nussbaum met haar pleidooi voor de humaniora in het onderwijs. Wat dat betreft niets nieuws onder de zon.

Het verhaal van Verhaege werd voor mij interessant toen hij uiteindelijk ook de oplossing gaf voor deze ‘ongelukkige’ neoliberale tijd. Verander je taalgebruik. En dat deed me weer denken aan wat kindertherapeute Charlotte Visch vorig jaar in een Nivoz-lezing zei:”Begin je zin gewoon heel vaak met het woord ‘gelukkig’. Mensen horen namelijk vooral de eerste twee woorden uit een zin.

Daarom, lieve premier Rutte, help ons uit de crisis! Begin uw zinnen eens wat vaker met het woord ‘gelukkig’.

 

Alles heeft een ritme

lost-places-1572994__340

Ineens was het er. Het sluimerde al een tijd. Maar bij terugkomst van vakantie drong het gevoel zich in alle hevigheid aan mij op: het gevoel geleefd te worden. Alles om mij heen leek om mijn aandacht te schreeuwen: de was, mails, het mooie weer, de kinderen, de boodschappen, facebook, werk, nog te lezen boeken en kranten….

In onze 24-uurs economie kan en mag alles altijd en overal. Mijn gevoel de hele tijd van alles te moeten, kwam voort uit een gebrek aan orde. ‘Er zitten gaten in onze seculiere maatschappij’, zegt Alain de Botton. En het gebrek aan orde is zo’n gat. En dan bedoel ik gebrek aan orde in mijn leven. Want mijn overbuurvrouw heeft die orde wel: maandag is wasdag, dinsdag boodschappendag, woensdag vloerendag, etc.. Mijn vriendin in het klooster heeft die orde ook: de getijden. Maar in mijn leven is deze structuur soms ver te zoeken. En dat gaat ten koste van mijn aandacht. En aandachtig leven is voor mij een groot goed. Het is de bron van wijsheid en geluk. Lange tijd had ik een foto in mijn kamer hangen van Dave Brubeck. Zo inspirerend om te zien hoe hij opgaat in zijn pianospel. Voor aandacht is ruimte nodig. Ruimte in je hoofd. En ik heb ooit geleerd: wie grenzen stelt, schept ruimte. Ik wil een begrenzer, net als een vrachtwagen! Voorlopig kan ik weer vooruit met een zelfgemaakte week-orde. Dank je wel overbuurvrouw!

zomergasten

index

Zomervakantie! En dus ook genieten van zomergasten! Ik vond de aflevering met Beatrice de Graaf goed. Wat een vrouw! En waarom zien we haar niet vaker bij opiniërende programma’s?

Lees mijn bijdrage op gOdschrift over vrouwen in praatprogramma’s!

leeg worden

images

Vakantie komt van het Latijnse woord ‘vacare’, dat ‘leeg worden’ betekent.

Dan zou het dus zo moeten zijn dat je helemaal vol bent op het moment dat je op vakantie gaat. Maar dan ben je toch juist helemaal leeg? Dan ben je ‘op’! Ik tenminste wel.

En als je dan echt op vakantie gaat dan zorg je dat je allemaal leuke dingen doet. Je reist, je ontmoet, je bezoekt, je ontdekt… Daar ben je dan ‘vol’ van.

Vakantie in deze tijd betekent meestal ‘vol raken’ in plaats van ‘leeg worden’. En als je thuiskomt ben je eerst weer een week bezig om ‘leeg te worden': auto leeg, tassen leeg, wasmand leeg, brievenbus leeg, mailbox leeg…

Op vakantie gaan? Ik zeg voortaan: ‘Ik ga opladen!’

Opladen komt van het Latijnse woord ‘opplere’, dat ‘vullen’ betekent.

Ongewassen aap

green-monkeys-112275__340

Daar stond ik dan, de nacht die je wist…. de derde editie van de Nacht van de Theologie. Andere jaren was ik steeds verhinderd maar nu moest het er maar van komen. Een thuiswedstrijd bovendien: Rotterdam. Dresscode: something blue. Geen probleem. Wel jammer dat ik mijn ragfijne jurk moest doorboren met zo’n afschuwelijke button waar mijn naam op stond. Alle outfits werden bij binnenkomst in een klap ontsierd door witte bordjes op borsthoogte. De toon was gezet: het labelen kon beginnen. Of te wel: netwerken. En ik zag een verrassende nieuwe tactiek: gewoon je visitekaartje her en der laten slingeren op tafels en bij de bar. En er viel me nog iets op: waar waren de katholieken?  De omroep RKK was vertegenwoordigd en ook een behoorlijke delegatie van de TFT. Maar ik heb geen pastores, priesters, bisschoppen, r.k. geestelijk verzorgers, etc. gezien. Veel dominees. Dat wel. Ik dacht altijd dat katholieken wel van een feestje hielden. En ook wel van uiterlijk vertoon, dacht ik. Dit was de wereld omgekeerd. En het hoogtepunt moest nog komen: drie protestantse theologen kwamen in aanmerking voor persoonsverheerlijking. De prijs voor ‘meest spraakmakende theoloog’ ging naar Ruben van Zwieten. De dominee van de Zuidas. En toen kwam het gelukkig allemaal weer goed. In zijn dankwoord haalde hij het beroemde gedicht van Reve aan over zuster Immaculata en de ongewassen aap. En daarmee ontmaskerde Ruben de hele nacht van de Theologie. Het was niets meer dan een feest voor ongewassen apen. En toen er tot besluit nog een prijs werd uitgereikt voor best geklede theoloog, voelde ik de verlegenheid in de zaal. Want iedereen wist het. De echte koningin van het bal ontbrak. Zuster Immaculata.

 

Plofkip

plofkip

Als een gids stond ik afgelopen zaterdag voor de kapel van het monasterium St. Lioba in Egmond. Om mij heen een groepje aandachtige ‘stiltezoekers’, in afwachting van hun eerste ‘Sext‘. Ik vertelde: “Bij binnenkomst wordt er, uit eerbied, naar rechts eerst een buiging gemaakt voor het Heilige Sacrament dat te rusten ligt in een Duif (tabernakel).” Na mijn korte introductie gingen we de kapel in en kwam ik tot de ontdekking dat niet iedereen gebaat was bij de verkregen voorkennis. Want waar was toch die duif? Met subtiele gebaren wees ik naar de duif. Ik zag ongeloof en verbazing. Na afloop kwam het hoge woord eruit: “Een duif? Ik vond het meer een plofkip!

Later op de dag werd deze scene betekenisvol. Ik had namelijk een stiltewandeling gepland. Een wandeling door het prachtige duingebied van Egmond met halverwege een leespauze bij een prachtig vennetje. Ze kregen van mij een tekst uit het boek ‘De smaak van stilte’ van Bieke Vandekerckhove. Deze tekst gaat over de kracht van het niet-weten en onze voortdurende neiging om etiketten te plakken en te oordelen. Niet-oordelen heeft met niet-weten te maken. Want op het moment dat we weten, komen de oordelen. Als ik niet verteld had over de duif en over de buiging, dan had er vanuit het niet-weten een open houding kunnen ontstaan. Een houding van verwondering. Wat gebeurt hier? Een zuster buigt. Maar waarom en waarnaartoe? Wat zou het zijn? Ik neem me voor om volgende keer niets meer te vertellen. Scheelt ook voorbereiding. Bedankt, plofkip!

Heb ik nog verbinding?

muziek foto website

Samen naar muziek luisteren in mijn werkcollege over muziek op de Thomas More Hogeschool. De opdracht was: neem muziek mee wat je kunt gebruiken bij een les godsdienst/levensbeschouwing op de basisschool. Muziek kan namelijk een hele mooie ‘incentive’ zijn voor een levensbeschouwelijk gesprek met kinderen. Maar dat moest ik in dit werkcollege nog laten zien aan de studenten. En dan blijkt het aanbod weer zo divers te zijn. Alle muziekgenres komen voorbij. Voor mij altijd spannend want ik luister in de auto te veel radio 1 en te weinig radio 3.

Voor je het weet zit je met de hele groep het nummer ‘Zijn’ van Gers Pardoel te luisteren. Terwijl de hele groep hard meezingt, scan ik de woorden en schrijf enkele passages haastig op het Whiteboard. Gers gebruikt een en al beeldtaal! En ook best filosofisch: “Ik ben een deel van wat ik wil.” Die Gers! Ik heb maar 50 minuten!

En wat vooral aanspreekt is het refrein: “Zolang je maar, jezelf was, jezelf bent, jezelf blijft.” Ik verslik me daar dan bijna in. Maar de studenten hebben niet zo’n moeite met deze opdracht van Gers Pardoel. Ik pak het voorzichtig aan: “Hoe weet je dan wanneer je ‘jezelf bent’? En:”Is er dan 1 zelf?”.

Een paar studenten kijken me met grote ogen aan.. “hallo! Heb ik nog verbinding?”